Doorgaan naar hoofdcontent

Bouwen aan vrede en veiligheid door persoonlijke training.

"Als iedereen voor zijn eigen deurtje veegt.." is er vrede? Neen. Want zonder aangepaste en rechtvaardige inrichting van de straat, zal de conflictmaterie zich op diverse plaatsen en bij bepaalde gebruikers blijven ophopen en de rest van de straat bedreigen. Het gevaar van opgehoopte wanhoop af en toe eens afbranden is niet veel 'avance'. Altans niet voor de wereldvrede en -veiligheid. 
Toch wordt ook wereldvrede wel degelijk ook mee gemaakt door inspanningen (en ontspanning!) op ieders kleine individuele niveau. "stap voor stap".  Dat is wat de vele 'wandelaars voor vrede' nu ook heel uitgesproken: het beoefenen van innerlijke vrede. Ze doen dat niet om de wereld aan zich te laten passeren, maar om steeds beter te leren om op een opbouwende manier met conflict om te gaan, en om te kunnen vechten voor vrede zonder zich te laten leiden door angst of ongekende emoties.

Training

We blijven in metaforen. Welke 'spieren' dien je als peace-warrior, te ontwikkelen. 

  • De geweldsspier. 
    Het optimaliseren hiervan vraagt wel veel wat discipline, maar is uiteindelijk het meest eenvoudige. Deze spier is immers verbonden met een primitief gebied in onze hersenen en ons collectief onderbewustzijn: 'FIGHT, flight, freeze'. Een krijger voor de vrede staat niet noodzakelijk afkerig van de kracht 'geweld', maar zal er alles aan doen om ze persoonlijk zo zorgvuldig mogelijk te beheersen. Hij/zij zal er voor kiezen om ze nooit of slechts als allerlaatse mogelijkheid in te zetten.. of te laten inzetten ! 
     
  • Conflictbeheersing en -oplossing zònder geweld. 
    Dit is evenzeer een héél oude menselijke reflex, maar wel nog iets complexer. Het was, in de moeilijke leefomstandigheden van vroegere volkeren, de zuinigste en fijnste manier om zich te handhaven. Dat is het nog steeds, maar de vaardigheid dient continu verder ontwikkeld te worden, naarmate de levensomstandigheden complexer worden. Vandaag dus meer dan ooit!
    Voorheen volstond een vredevolle samenwerking binnen de kringen van de eigen familie, de stam, de 'gemeente', het land of de corporatistische groep waartoe men behoorde. Heden ten dage hangt de veiligheid en zelfs het overleven van onze nakomelingen echter onmiskenbaar af van het succes van  vrede en samenwerking niet alleen op persoonlijk en lokaal vlak, maar op planetair niveau. 

"Kleine stappen voor de mens, een grote stap voor de mensheid."

In lange marsen, doorheen verschillende continenten, roepen diverse vredes-activisten hun medemens en leiders op om zich te trainen in conflict-benadering zònder geweld. Stap voor stap.


Maar je hoeft geen vredesmars van duizenden kilometer op blote voeten te lopen om je 'vredesspieren' te trainen. Je kan je ook verdiepen in de vredelievende boodschappen van je eigen geloof, filosofen en humanisten, inspirerende leiders. Je kan trainingen volgen rond zelfkennis en verbindende communicatie. 

verbindende communicatie
Veelvuldig beschikbare lectuur en trainingen 

Maar 'the proof of the pudding is'uiteraard 'the eating'. Net zoals de wapenindustrie reële slagvelden nodig heeft om zijn afschrikkend en vernietigend effect van zijn wapentuig te kunnen beproeven, hebben wij als mens reële conflictstof nodig om ons in meer geweldloze defensie te trainen. Dat kan ook mondjesmaat. En het moet niet altijd onmiddellijk perfect. Maar af toe een verrassende succeservaring kan wel bemoedigen. 

Persoonlijk

Ik ben zelf eerder conflict-ontwijkend en waarschijnlijk nog maar een beginner in het geweldloos aangaan van conflict. Kleine successen en lessen helpen mij om mij verder te trainen in 'verbindende' defensie en tegemoetkoming.'  Hieronder vind je enkele persoonlijke belevenissen van bescheiden conflicten met een verrassende, al dan niet bevredigende afloop. 

De bus-chauffeur


Ik heb een afspraak bij de oogarts. Ik neem de snelbus. In L. wordt de bus verplicht om te rijden, los door de stad. In de hoofdstraat zijn er afzonderlijke werken links en rechts. Hierdoor zit te ene bus na de andere tussen de auto's geblokkeerd. Onze bus komt geen meter vooruit. Het is nog 250m voor de eindhalte. Ik vrees voor mijn afspraak, en ik vraag de chauffeur om te mogen uitstappen. Als antwoord krijg ik een kort en agressief "Neen!". Ik blijf staan. Ik zeg niets. Ik bekijk mijn gevoelens. "Tussen A. en de eindhalte heeft deze bus geen stopplaats". zegt de chauffeur streng. "Ja dat begrijp ik" zeg ik "maar we zitten hier vast voor wie weet hoelang, en ik heb een afspraak met mijn oogarts die ik niet kan missen, ik zou het erop willen wagen om tevoet mijn aansluiting not te halen". "Als je onder een auto loopt heb ik het gedaan." antwoordt hij bars en haalt een worst-case-voorbeeld aan van een collega. We staan tegen het voetpad aan, en iets verderop is een bushalte. Ik spreek mijn begrip uit: "Ik begrijp dat de regels je dit niet toestaan, ook lijkt mij de situatie hier eerder veilig." De chauffeur zijn toon verzacht. "Ik kan het niet toestaan". Ik laat mijn wens los. "Ja, jammer dat de regels zo strikt zijn, dat jullie zelf de keuze niet meer kunnen maken." Ik kan mijn frustratie niet verbergen, maar ik vuur ze ook niet op de chauffeur af. "Ik hoop dat mijn oogarts enige soepelheid aan de dag kan leggen." Ik laat op dat moment mijn 'nood' ook echt los, maar niet het contact. De chauffeur lucht nog even zijn frustratie over de politie die onze bus de stad ingejaagd had terwijl ze wel nog 'luxe-voituren' had doorgelaten. We hebben het ook nog over de dispatching, begeleiding van de Lijn over de radio: "De moeite niet meer waard is om daar hulp aan te vragen." "Ook hier waarschijnlijk besparingen" denk ik." En plots gaan de deuren open: "Allez, stapt hier uit." - "Bedankt! Ik zal voorzichtig zijn!" zeg ik verrast.


Het stilte-coupé


Een volle trein. Ik schrijf in stilte. Een ouder koppel ergert zich aan twee Indische(?) toeristen afkomst die verderop de hele tijd in hun kleurrijke taal zitten te converseren. Ik zou kunnen vertellen dat die het opschrift 'stilte-wagon' waarschijnlijk niet kunnen verstaan. Ik laat het. Maar een stille vrees voor het ongenuanceerde stemgedrag van het koppel laat mij achter met een onbevredigd gevoel.
 

 

Onbekend is onbemind: de bosbuurboer.

We hadden een fijne samen-werkdag bij een buur met wie ik ook een stuk van een bos deel. Wanneer het lawaai van onze hakselaar eindelijk stil valt, en de roep van een welverdiende maaltijd klinkt, hoor ik aan de andere kant van het bos opnieuw een gelijkaardig geluid. Ik spits mijn oren. Ons bos grenst daar aan het veld van een boer die al eens ongevraagd een mooie eik kortwiekte, en die ons paadje langs het bos elk jaar weer opnieuw overhoop werkt. De precieze grens van onze percelen is niet opgemeten. Een typische situatie dus waar 'grensconflict' altijd in de lucht hangt. Gevoelens daarrond vallen ook heel gemakkelijk te voeden. Zo dacht ik er meer dan eens aan een paar palen lukraak in de grond te slaan, om het verder aanslaan van 'ons' tere territorium te verhinderen. Maar een stem in mij zij telkens weer: "let it be, wacht maar af". Maar bij het horen van de bosfrees schoot de defensie in mij wel verontrust wakker. Ik liet de maaltijd voor wat ze was, en vond een indrukwekkende tractor frees-eggend, in het midden van het veld. Ik wandelde er naartoe. Mijn reflex was niet 'freeze' of 'flight', ook niet 'fight': maar veeleer om 'zichtbaar contact te maken'. Ik liep in de richting de tractor. De bestuurder legde het werk stil en stapte uit. Het was een jonge kerel, vragend.. Ik open met "Fijn dat ik u eens kan treffen, want wij zijn buren en ik ken u nog niet." "Van die paardenweide?" vraagt hij "Neen van dat bos, wie ben jij?" "Ik ben de kleinzoon van.." Ik vraag wat door naar het bedrijf van zijn grootvader, waar dat precies gelegen is, welke activiteit.. "Vetvee. Er komt maïs". Dat is bepaald geen fijne teelt om als buur te hebben. De grensoverschrijdende verstuiving van pesticiden maken de hele aangrenzende hoek van ons bos onbruikbaar voor voedsel-producerende bomen. Maar ik laat deze conflictstof, die eerder macro-economisch van aard is, rusten en leg kalm onze veel eenvoudigere behoefte uit: "We behouden graag een klein pad langs ons bos waarlangs wij zelf en onze bezoekers kunnen wandelen". Ik verhelder dat ons bos geen woekerende wildernis is maar wel degelijk beheerd wordt. De boere-kleinzoon vult zelf ons verzoek verder aan: "Ge hebt graag een meter vrij naast de beplanting?" "Ja, en wij zorgen zelf wel dat bramen en kers je akker niet inkruipen. Daar hoef je je geen zorgen over te maken." stel ik gerust. We zijn 'tevreden'; ook al zal het nabuurschap nog wel enige zorg vragen.




Reacties