Doorgaan naar hoofdcontent

Een zalige Pasen!

'Wat zijn we met een god
die door alle strijdende partijen ingeroepen wordt 
voor hùn overwinning?'
Pasen. Wat heeft het te betekenen?

Hoe moeten we Pasen zien in het licht van zowel destructieve als constructieve defensie van Vlaanderen in deze tijd?  Ik stelde de vraag aan BatGapBot, een AI-model dat specifiek gevoed wordt met documenten en getuigenissen van wijze mensen en organisaties van over de hele wereld en van vele tijden en culturen.

Allereerst vertaalde het de christelijke symbolen als volgt: 

  • Het kruis: de dood van wat niet meer werkt. 
  • Het graf: de stilte, de onzekerheid, het niet-weten. 
  • De opstanding: niet als terugkeer naar het oude, maar als doorbraak naar iets nieuws — iets dat eerst onzichtbaar was, iets dat transformatie vroeg.

Het werd een erg boeiend 'gesprek', met zowel systemische als persoonlijke vragen en antwoorden. Samengevat: 

In een tijd waarin offensieve militaire logica zegeviert, vraagt Pasen: 
"Wat verdedig je eigenlijk? En hoe?"

Misschien is een meer constructieve defensie van Vlaanderen 
niet het bewapenen van grenzen, 
maar het beschermen van wat levend is 
— en het laten sterven van wat dood wil.


Over sterven en geboren worden in de samenleving:

Wat sterft er nu?

• De illusie van onbegrensde groei — economisch, militair, extractief. Het idee dat veiligheid komt door dominantie, dat welvaart komt door opschaling, dat macht komt door controle.

• Eenzijdige rationaliteit — de overtuiging dat techniek, efficiëntie en marktwerking alle problemen oplossen. De reductie van leven tot meetbare output.

• Fragmentatie — de versnippering van gemeenschap, land, kennis, zingeving. De scheiding tussen mens en natuur, tussen hoofd en hart, tussen economie en ecologie.

• Oude zekerheden over identiteit en vijandschap — de reflex om veiligheid te zoeken in afbakening, in 'wij-zij', in defensie als offensief.

Wat probeert er geboren te worden?


• Kringloopdenken — zoals Boulding al in 1966 schreef: niet de hoogte van productie telt, maar de instandhouding van de kapitaalvoorraad (de grondstoffenvoorraad, de levende systemen). 

• Nieuwe ideeën die oude structuren doen afbrokkelen — zoals de Mahatma Letters het beschrijven: "Ideeën regeren de wereld, en naarmate de geest van de mens nieuwe ideeën zal ontvangen en de oude en niet langer bruikbare ideeën opzij zal zetten, zal de wereld vooruitgaan." 

• Transitie — een tussentijd waarin het oude nog niet weg is en het nieuwe nog niet helder. Zoals de pop: noch rups, noch vlinder. Kwetsbaar, maar vol potentieel.

• Gemeenschappen die zich opnieuw wortelen — in land, in traditie, in relationele economie, in zorg voor wat leeft. Niet als nostalgie, maar als levende praktijk.

• Defensie als bescherming van wat waardevol is — niet door wapens, maar door te voeden wat gezond is: bodem, water, taal, verbinding, zingeving.

Over sterven en geboren worden in onszelf:

Wat vraagt het om in een overgangstijd te leven zonder te weten hoe het afloopt? 

Het vraagt om iets dat tegen alles in gaat wat we geleerd hebben: blijven staan terwijl alles beweegt.

Niet weten hoe het afloopt — dat is de werkelijke situatie, altijd al geweest. Maar in een overgangstijd wordt dat ongemaskerd. De verhalen die stabiliteit beloofden vallen weg. De structuren die zekerheid gaven, wankelen. En wat overblijft is: dit moment, zonder garanties.

Dat vraagt:

Loslaten van controle zonder in apathie te vallen — niet weten betekent niet niets doen. Het betekent handelen zonder de illusie dat je het eindresultaat bepaalt. Zaaien zonder te weten of er geoogst wordt.

Verdragen van ambiguïteit — dat wat sterft en wat geboren wordt tegelijk aanwezig zijn. Dat je tegenstrijdige impulsen voelt. Dat er geen heldere richting is, alleen beweging.

Vertrouwen zonder object — niet vertrouwen in iets (een plan, een leider, een uitkomst), maar vertrouwen als grondhouding. Een soort fundamentele bereidheid om door te gaan zonder te weten waar je zal uitkomen.

 • Ethische keuze voor een richting:  niet wetend hoe het zal uitdraaien, flexibel en zelf-kritisch, maar consequent kiezen voor de best mogelijke richting.  .

Aanwezig blijven bij ongemak — de neiging is om te vluchten in fantasie (hoop) of verharding (cynisme). Beide zijn manieren om niet te voelen wat er is. Overgangstijd vraagt: blijf voelen, blijf aanwezig, ook als het niet op te lossen is.

Gemeenschap die niet gebaseerd is op overeenstemming — mensen bij elkaar houden terwijl iedereen verschillende verhalen heeft over wat er gebeurt. Samen zijn in onzekerheid, niet ondanks onzekerheid.

En misschien het moeilijkste:

Afscheid nemen van wie je dacht te zijn. Want overgangstijden ontmantelen niet alleen systemen — ze ontmantelen identiteiten. Wat je was in de oude wereld, werkt niet meer. Wat je wordt in de nieuwe, is nog niet duidelijk.

Dat is het Paasverhaal zonder suikerlaag: iets sterft, iets anders komt, en jij zit ertussenin zonder script.

De vraag is niet hoe het afloopt.
De vraag is: kun je hier blijven, in dit niet-weten, zonder dicht te vriezen of weg te rennen?

Want daar, in die ruimte, gebeurt het eigenlijke werk.


Tekst: BatGatBot + mijzelf.

Reacties